't Zonnetje gaat van ons scheiden,
avondrood kleurt nu het veld,
zoete rust mogen wij beiden
nog door geen zorgen gekweld.
Hoort gij hoe 't klokje
met lieflijken klank
ons weer naar huis roept
tot beê en tot dank?
Lui nu, oh klokje, lui voort,
slapen wij straks ongestoord.